‘Durf controle los te laten’

In het Zuid-Limburgse heuvellandschap ligt Icarus, een van de elf JeugdzorgPlus-instellingen in Nederland waar jeugdigen in een gesloten setting behandeld worden. Joost Richards is hier sinds september 2018 Hoofd Behandeling. “Durf te verliezen van jongeren, durf controle los te laten.”

Als alle plaatsen bezet zijn verblijven er 59 jongeren op Icarus. Ze zitten hier met een gesloten machtiging omdat hun ontwikkeling een gevaar vormt en zij zich onttrekken aan andere vormen van behandeling. De problematiek is fors. Veel jongeren hebben ernstige gedragsproblemen, vaak in combinatie met alcohol- en drugsproblematiek en psychiatrische problematiek. Ze zijn bijvoorbeeld suïcidaal, slachtoffer van loverboys of hebben een lichte verstandelijke beperking en zijn door dealers voor hun karretje gespannen.

In het rapport van commissie De Winter staat dat jongeren maar ook groepsleiding zich in gesloten instellingen niet altijd veilig voelen. Volgens de onderzoekers komt dat door het repressieve klimaat, de vrijheidsbeperkende maatregelen en daarmee samenhangend een voortdurende spanning tussen groepsleiding en pupillen.

Samen met directeur Giovanni Coenen werkt Richards hard aan verbeteringen, juist om geweldsincidenten, separaties en andere dwang- en drangmaatregelen terug te dringen.

Richards wijst naar de hekken rond de paviljoens. Op 1 januari is het prikkeldraad daarvan verwijderd. “De buurt was daar niet zo blij mee, maar we hebben het tóch gedaan.” Na het verwijderen van het prikkeldraad is één knul ontsnapt. “Maar die was eerder ook over het prikkeldraad ontvlucht.”

“Als er veel onrust op de groepen is, schieten mensen snel terug in oude patronen.”

Richards vertelt over zijn voortdurende paradox: “We hebben twee opdrachten, beschermen van de maatschappij én beschermen van de jongeren. De hekken zijn nodig ter bescherming maar helpen niet voor de behandeling, en we willen voldoen aan beide vragen.” Toch is zijn stellige overtuiging dat verminderen van repressieve maatregelen uiteindelijk de juiste weg is. Daar wordt hard aan gewerkt. Tot twee jaar terug werden agressieve jongeren naar de naastliggende jeugdgevangenis gebracht om gesepareerd te worden. Nu heeft iedere paviljoen een time-out. “Die zien er nogal haveloos uit, maar we gaan ze níet opknappen. We gaan ze sluiten.”

Sinds vier jaar werken de jeugdprofessionals met geweldloos verzet. Richards geeft een voorbeeld. “Een meisje was het oneens met haar plaatsing. Ze smeet archiefbakken keihard door de ruimte. Het enige wat wij zeiden was: ‘het zijn maar spullen’. Voorheen zouden we het alarm indrukken, beveiligers oproepen, haar fixeren en in afzondering plaatsen.”

Alleen trainen in geweldloos verzet is onvoldoende, weet Richards inmiddels. “Als er veel onrust op de groepen is, schieten mensen snel terug in oude patronen. Onruststokers worden opgesloten terwijl we weten dat we uiteindelijk het tegenovergestelde ermee bereiken. Korte en lange termijn bijten elkaar nogal eens.” Richards heeft daarom onlangs twee mensen vrijgemaakt voor coaching, intervisie en supervisie.

Sinds januari 2018 heeft Icarus een Integraal Zorg en Onderwijs (IZEO) programma ingevoerd dat het aantal afzonderingen van jongeren met 75% heeft verminderd. Alle behandelaars gaan nu de hele dag mee naar het schoolgebouw. “Daarvoor werd een jongere die moeilijk deed uit de klas teruggestuurd naar de groep en moest hij naar zijn kamer. Nu gaat die aan de slag met een therapeut.” Richards laat een lokaal zien met materialen zoals ballen en zitzakken. “Tegen de tijd dat iemand een pingpongballetje in een gaatje kan gooien, is de spanning gezakt en kan hij terug naar de klas.”

Een volgende stap is intensievere samenwerking met de jeugd-ggz, waar veel jongeren vandaan komen die, naast psychiatrische problemen ook forse gedragsproblemen hebben. “We overleggen nu of we over en weer behandelaren kunnen inzetten, of dat jongeren van dáár hier kort kunnen verblijven om hun gedrag te stabiliseren om dan weer terug te gaan naar de ggz gaan.”

Joost Richards

“De time-outruimtes zien er nogal haveloos uit maar we gaan ze niet opknappen, we gaan ze sluiten.”