‘Gesloten is geen plek om te wachten maar om te leren’

Kevin is zestien jaar. De eerste tien jaar van zijn leven waren klote. Altijd ruzie tussen zijn ouders, vooral over het drankprobleem van zijn moeder. In het dorp werd Kevin gepest omdat zijn moeder alcoholist was. “Niet fijn om te horen, maar ik wist dat het waar was.”

Nog éven, en dan mag hij weg van Icarus, de JeugdzorgPlus-instelling in Cadier en Keer waar hij sinds vorig jaar augustus verblijft nadat het fors fout gegaan was.

Het begon op de havo. Zijn ouders zaten in een vechtscheiding. Kevin ging blowen en spijbelen. Toen werd het MDMA. Op zijn veertiende stal hij vierduizend euro en gaf die grotendeels uit aan coke. “Ik voelde me beter als ik drugs gebruikte. Ik vergat de dingen die me boos en verdrietig maakten.”

Jeugdzorg kwam in beeld. Kevin werd in een open groep geplaatst, maar toen hij onder invloed een politieagent probeerde neer te steken werd het Icarus dus. Eenmaal binnen kreeg Kevin hulp voor zijn verslaving. “Die was binnen een maand opgelost. Ik heb de knop omgezet. Ik wilde het goed doen hier want ik wil een normaal leven.”

Heftig was het toen Kevins oma overleed, twee weken nadat hij binnen zat. Zijn oma was álles voor hem, maar hij mocht niet naar haar begrafenis. “Toen ben ik in elkaar gezakt. Ik kan het wel begrijpen van hier. Een nieuwe jongen, drugs, een agent proberen neer te steken. De begeleiders vonden het ook moeilijk, maar in feite was het mijn eigen schuld.”

De time-out heeft hij enkele keren van binnen gezien, nadat hij woedend was geworden maar ook een keer toen hij in elkaar gezakt was na een rotbezoek aan zijn moeder. “Ik bleek een burn-out te hebben, met hyperventilatie. Toen hebben ze me daar voor mijn veiligheid laten slapen met camerabewaking.”

Kevin is ook gefixeerd. “Ik was aan het flippen. Toen ben ik best hardhandig aangepakt. Maar als je totaal flipt kun je als leidinggevende niet anders en moet je soms een beetje fysiek geweld gebruiken.” Soms maken begeleiders het erger dan nodig: “Als iemand boos is en een klap uitdeelt maar daarna naar zijn kamer gaat, hoef je die niet alsnog te fixeren.”

“Ik snap nu beter hoe ik met mijn boosheid om moet gaan. Ik flip nog wel, maar het wordt niet meer zwart voor mijn ogen.”

Binnen Icarus wordt de laatste maanden veel over het thema geweld gepraat. “De regering wil dat fixeren en separeren stopt. In de cliëntenraad en op school hebben we het erover. Pas hebben we een debat gehad.” Bijna alle jongeren vonden dat de time-out weg moest. Kevin is het daarmee oneens: “Waar moet je dan heen als je flipt? Ik vind dat de time-out huiselijker moet worden en minder vies.” Ook al won Kevin de debatwedstrijd, hij verwacht niet dat zijn plan uitgevoerd wordt: “Begeleiders willen er geen speelpaleis van maken en de meesten vinden dat er een goede strafplek moet blijven.”

Of er ook gepraat werd met Kevin nadat hij was geflipt en of er werd gekeken wat hij nodig had om zijn agressie te voorkomen? Jazeker, vertelt hij. “Ik heb veel behandeling gehad. Dat was soms confronterend en emotioneel. Ik snap nu beter wat er is gebeurd en hoe ik met mijn boosheid om moet gaan. Het heeft mij ontzettend geholpen. Ik flip nog wel, maar het wordt niet meer zwart voor mijn ogen.”

Het maakt Kevin verdrietig dat hij jongens ziet die lang moeten wachten op behandeling. “Deze plek is niet gemaakt om te wachten maar om te leren.” Ook zit er een jongen op zijn groep die nergens anders heen kan. Dat deugt natuurlijk niet. Zelf hoopt Kevin volgende maand te vertrekken. “Ik zal zeker een traantje laten, maar ik kom hier niet meer terug. Althans, niet voor mezelf, misschien op bezoek.” Hoezo? Zijn broertje is tien nu en gaat zo’n beetje dezelfde kant op als Kevin, vertelt hij. Eigenlijk moet er een gezinsvoogd komen, of nog beter, behandeling. “Maar volgens mij is dat nog niet geregeld.”

Kevin

“Ik was aan het flippen. Toen ben ik best hardhandig aangepakt. Maar als je totaal flipt kun je als leidinggevende niet anders en moet je soms een beetje fysiek geweld gebruiken.”