‘Jeugdzorg gaat om liefde en vertrouwen geven’

“Met goede therapieën en een sterke geest ben ik gekomen waar ik nu ben”, vertelt Luiza den Boer trots. Drieëndertig jaar is ze en moeder van drie meiden. Na ruim dertig jaar ellende ziet Luiza’s leven er sinds een paar jaar beter uit. Als baby werd ze in Brazilië te vondeling gelegd. In Nederland trof ze een adoptievader die haar misbruikte. Het probleemgedrag dat hierop volgde, was voor haar adoptieouders reden haar weg te sturen. Van haar 12e tot haar zestiende verbleef ze in instellingen. Af en toe zwierf ze op straat.

“Je bent een slecht kind”, zeiden haar adoptieouders. “Maar slechte kinderen bestaan niet. Ik kwam uit een situatie waar ik misbruikt werd. Ik belandde in een groep waar ik moest vechten voor een plek. Ik werd een bom. Je hebt zoveel woede in je. Maar er werd alleen aan symptoombestrijding gedaan. Ik werd voortdurend in de isoleer gezet. Dat maakte me almaar bozer. Dan trapte ik weer mijn kamer verrot. Alles moest kapot.”

Zestien jaar was ze toen haar oudste geboren werd. “Ik dacht dat een kind mijn redding zou zijn. Dan kon ik op mezelf wonen. Ik wilde leven als een normaal mens. Ik wilde de liefde van een kind.” Ze weet nu dat ze een kind uit verkeerde intenties nam, maar als zij er niet was gekomen had ze allang zelfmoord gepleegd, denkt ze.

Na de geboorte van haar tweede stortte Luiza in. Het Leger des Heils was haar redding. Zes jaar lang kreeg ze intensieve behandelingen. “Langzaam hebben ze me uit de depressie gekregen. Ik at niet meer, stond niet meer op. Ze trokken me letterlijk uit bed om naar de behandelgroep te komen.”

"Slechte kinderen bestaan niet."

Haar jongste is negen maanden en de enige die thuis woont. De oudste woont bij opa en oma, de middelste in een gezinshuis, na een zeer onveilige periode omdat haar vader gewelddadig was en Luiza haar dochter niet kon beschermen. “Ze woont nu goed. De gezinsouders zijn liefdevolle mensen. Langzaam krijgt mijn dochter haar gevoel voor veiligheid terug.”

Bij haar tweede dochter kijken de jeugdzorgprofessionals naar de oorzaak van haar gedrag. Dat deden ze bij Luiza niet. “Ik was onhandelbaar. Ze dachten dat ze mij met harde hand in het gareel konden krijgen. Ik moest als behandeling naar Frankrijk lopen. De hele tocht heb ik gescholden en getierd. De insteek was je af te breken en dan weer op te bouwen. Je moet een jongere niet afbreken. Daar wordt die niet beter van. Je moet een jongere liefde en vertrouwen geven.”

Als ervaringsdeskundige zet Luiza zich in bij de jeugdbescherming. Ze is er ‘kind aan huis’ zogezegd. “Ik ben een soort zichtbare fout. Ik herinner jeugdbeschermers eraan wat hun te doen staat: Kinderen beschermen door een vertrouwensband te ontwikkelen.” Zonder vertrouwen vertelt een kind niets: “Je moet veel praten, doorvragen.” Ook moeten instellingen beter gecontroleerd worden. “Draai als voogd af en toe mee op een groep. Voel wat jongeren meemaken.”

Een geweldloze jeugdzorg? Eerlijk gezegd gelooft Luiza daar niet in. Er zullen altijd kinderen zijn die geweld uitlokken vanwege hun problemen. Er zullen altijd begeleiders zijn die fouten maken. Maar het kan wel beter: “Sommigen dingen moeten echt niet meer. Separeren en vastbinden kan niet meer. En er moeten meer gezinshuizen en kleinere groepen komen. Een warm thuis waar je als kind niet hoeft te vechten voor je plek.”

Luiza den Boer

“Zonder vertrouwen vertelt een kind niets.”