Samen knokken voor meer bescherming

Een sterk duo, Johisy van Ulft en Bieneke Mulder. Aan alles merk je dat ze elkaar door en door kennen en dat ze veel hebben meegemaakt. “Samen geknokt”, noemt jeugdbeschermer Bieneke het. Voor een veilige en geborgen woonplek, een passende school, de juiste behandeling, kamertraining, voor mogen zijn wie je bent. En ze knokken nog even verder samen, voor een jeugdzorg die kinderen beter beschermt.

Dertien was Johisy toen Bieneke haar gezinsvoogd werd. Johisy was op haar achtste met haar moeder en zusje naar Nederland gekomen waar ze introkken bij moeders nieuwe vriend. Er kwam een halfbroertje, maar moeder verliet deze man weer snel. Johisy bleef achter bij haar stiefvader. Die had na een tijdje geen zin meer om voor haar te zorgen. “Ik zou het gezin terroriseren.”

Lang verhaal kort: Na diverse omzwervingen kwam Johisy op haar vijftiende in een gezin van een klasgenoot. Bieneke zag haar daar opleven: “Ik zag dat je ging haken en bakken. Je kon kind zijn en genieten van de huiselijke gezelligheid. Je ging ineens groeien, letterlijk én figuurlijk.” Toch werd het ook in dit pleeggezin lastig. Ze worstelde met vragen als ‘wat is mijn plek in dit gezin’ en ‘houden ze wel echt van mij’.

“Als je de zoveelste jeugdbeschermer bent, vertellen ze je niets meer.”

Bieneke

Bieneke:

“We hebben systeemtherapie ingezet en dat heeft iedereen goedgedaan.”

Johisy:

“Ze zijn mijn ouders geworden. Het mooiste moment kwam toen ik achttien werd. Ze hebben een schilderij in huis waarop het gezin staat. Op mijn verjaardag hing er een nieuw schilderij, met mij erbij. Echt gaaf.”

Nu, negen jaar later, zien Bieneke en Johisy elkaar nog regelmatig. Johisy studeert aan de Hanze Hogeschool in Groningen én is voorzitter van de cliëntenraad bij de Jeugdbescherming. Afgelopen jaar bezocht het duo samen de bijeenkomsten van Jeugdzorg Nederland rond het onderzoek van Commissie De Winter.

Johisy:

“Het is best moeilijk om neutraal te praten over geweld. Sommigen blijven hangen in hun eigen ervaringen. Maar ik zag ook bestuurders zachter en menselijker worden door het delen van de verhalen.”

Bieneke:

“Door deze bijeenkomsten ging ik nadenken waarom ik het ene kind beter kon beschermen dan het andere. Ik had geen achttien kinderen zoals jij kunnen hebben in mijn werk.”

Johisy:

“Ik vond het belangrijk om mijn eigen ervaringen door te geven. Door jeugdzorg heb ik een stabiele situatie gekregen, waardoor ik niet verkeerde kant op ben gegaan. Dat kwam ook omdat jij er altijd voor me was.”

Bieneke:

“We hebben samen veel geweld over ons heen gekregen, vooral van je moeder. Ik herinner me enorme scheldpartijen in de rechtbank of bij sommige intakegesprekken.”

Johisy:

“Er was ook veel geweld in de leefgroepen waar ik soms verbleef. Een jongen die alles kort en klein sloeg omdat de politie ingeschakeld werd nadat hij een sigaret had gerookt. Die jongen had een trauma van de politie. Dat hadden zijn begeleiders moeten weten, dan hadden ze het anders opgelost.”

Bieneke:

“Er is vaak nauwelijks tijd om de dossiers te lezen, hoor.”

Johisy:

“Ik heb veel stress gezien in de crisisopvang bij jongeren. De onzekerheid waar je daarna heen kan is slopend.”

Bieneke:

“Continuïteit is zo belangrijk. Alleen dan krijg je het vertrouwen van een kind. Als je de zoveelste jeugdbeschermer bent, kun je het schudden en vertellen ze je niets meer, laat staan als ze zich thuis of in een leefgroep onveilig voelen.”

Johisy:

“Kinderen zijn ook vaak bang om wéér overgeplaatst te worden. Dus ergens mogen blijven wonen is belangrijk en niet dreigen met: ‘anders moet je weer weg’.”

Bieneke:

“Wij moeten meer zicht hebben op wat er bij de kinderen speelt. Maar meer gesprekken kost meer tijd en dus meer geld en dat is er niet.”

Johisy:

“Vanuit de cliëntenraad pleiten we ook voor meer cliëntencontact.”

Bieneke Mulder

en Johisy van Ulft